Foto: RFC[/caption]"/>

Coöperatieve spelers zetten het mes in de organisatie

‹ Terug naar overzicht
Door: Redactie

FrieslandCampina en Arla Foods maakten vorige maand hun halfjaarcijfers bekend. Op het oog verschillen de resultaten nogal. Toch zijn er ook overeenkomsten. Ze voeren allebei een efficiencyslag door.

 

Tekst: René van Buitenen

 

Coöperatieve spelers zetten het mes in de organisatie 2

Foto: RFC

De halfjaarcijfers van de twee grootste coöperatieve spelers op de Europese markt, FrieslandCampina en Arla Foods, laten grote verschillen zien, maar tonen ook duidelijke overeenkomsten. Zo zijn beide concerns inmiddels ongeveer even groot wat betreft omzet. Friesland-Campina leverde omzet in, Arla Foods boekte juist omzetgroei.

Beide ondernemingen voelen de last van stijgende melkprijzen en oplopende kosten. Ze zijn allebei operaties gestart om de resultaten te verbeteren. Arla Foods greep wat eerder in dan Friesland-Campina en plukte daarom dit voorjaar al de vruchten van de ingezette saneringsronde.

Zowel FrieslandCampina als Arla Foods ondervond het afgelopen halfjaar opvallend veel hinder van valuta-effecten. Die veroorzaakten bij Friesland-Campina zo’n 80 procent van de omzetdaling. Bij Arla zorgden de koersverschillen er voor dat de omzet niet 4,8 procent steeg, maar beperkt bleef tot 2,2 procent. Het scheelde Arla Foods in de eerste helft van dit jaar € 161 miljoen aan omzet.

Verkoop Riedel

FrieslandCampina heeft een slecht halfjaar achter de rug. De omzet, het bedrijfsresultaat én de winst vielen lager uit dan in de eerste helft van 2017. De omzet kwam uit op € 5.721 miljoen, een daling van 5,8 procent ten opzichte van vorig jaar. Het grootste deel van het omzetverlies kwam zoals gezegd door een ongunstig verloop van de wisselkoersen. Maar ook de verkoop van Riedel en de lagere verkoopvolumes tegen lagere prijzen drukten de omzet.

De daling van het bedrijfsresultaat was aanzienlijk: 35,6 procent. Behalve valuta-effecten zijn het vooral de activiteiten in de basiszuivel die FrieslandCampina parten spelen dit jaar. Net als het laatste kwartaal van vorig jaar was het verlies op basiszuivel in het eerste kwartaal van 2018 fors negatief met circa € 135 miljoen, meldt de onderneming in het halfjaarbericht. Daarnaast zit het tegen op de Aziatische markt voor kindervoeding. De concurrentie is daar hevig, hetgeen een nadelig effect heeft op het bedrijfsresultaat. “In het tweede kwartaal ontwikkelt het resultaat zich positief, maar onvoldoende om de achterstand ten opzichte van de eerste helft 2017 goed te maken.” Beter verging het bij de businessgroups Consumer Dairy en Ingredients. De resultaten in beiden groepen ontwikkelen zich stabiel, gecorrigeerd voor valuta-effecten.

Met een bedrijfsresultaat van € 177 miljoen is de brutomarge bij Friesland-Campina geslonken tot 3,1 procent. In de eerste zes maanden van vorig jaar was de marge nog 4,5 procent en over het hele boekjaar 3,7 procent. De terugval tikt door in de nettowinst. Die daalde met 32,7 procent tot € 109 miljoen. Voor de leden van de coöperatie bleef nog dan ook aanzienlijk minder geld over. De pro-formaprestatietoeslag over de eerste jaarhelft kwam niet verder dan 55 cent per 100 kg melk, waarvan de veehouders inmiddels driekwart hebben ontvangen. Over de eerste helft van 2017 bedroeg de prestatietoeslag nog € 1,56.

Ingrijpen

De cijfers zijn voor de top van de onderneming aanleiding om in te grijpen. De executive board realiseert zich dat een slagvaardige organisatie noodzakelijk is om de situatie te verbeteren. Begin dit jaar is er daarom een saneringsoperatie ingezet. “Er loopt er een intensief transformatieprogramma. Dit stelt ons in staat sneller in de markt te opereren en kosten structureel te verlagen”, meldt ceo Hein Schumacher.

Bedrijfsonderdelen die geen winst maken, worden tegen het licht gehouden. Zo is er gekeken naar het productienetwerk en gaan er dit jaar twee productielocaties in Frankrijk dicht. De productie van roomspuitbussen van France Crème in Saint-Paul-en-Jarez gaan naar het Belgische Lummen en de kaasverpakkingsactiviteiten in Sénas worden verplaatst naar Genk en Leerdam.

De kosten van de sluitingen zijn al meegenomen in de cijfers over het eerste halfjaar. Samen met overige herstructureringen neemt FrieslandCampina € 30 miljoen aan transformatie- en reorganisatiekosten. Ook die zijn ten laste gegaan van het bedrijfsresultaat van de eerste jaarhelft.

Nieuwe meerjarenvisie

Per 1 januari 2018 paste Friesland-Campina al de organisatiestructuur aangepast. Die bestaat uit vier business groups: Consumer Dairy, Specialised Nutrition, Ingredients en Dairy Essentials. De commerciële teams opereren volgens de onderneming dicht bij de markt met korte beslislijnen, waardoor de besluitvorming versneld wordt. “De slagvaardigheid neemt daardoor toe. Hierdoor kan Friesland-Campina ‘winnen in de markt’ en kan het duurzaam meerwaarde voor de leden-melkveehouders realiseren”, aldus de onderneming in het halfjaarbericht. De afgelopen tijd zijn al meer dan vierhonderd centrale functies verplaatst naar de vier businessgroups.

Ook wordt gewerkt aan een strategische herijking. Die wordt dit najaar aan de leden-melkveehouders bekendgemaakt. De onderneming kondigt ook een nieuwe meerjarenvisie aan, die aansluit bij de veranderde marktomstandigheden; het is de opvolging van route2020.

Groei Arla-merken

In tegenstelling tot FrieslandCampina meldt Arla Foods over de eerste zes maanden van dit jaar betere resultaten vergeleken met 2017. De totale omzet van Arla groeide met 2,2 procent tot € 5,127 miljard. Dat kwam volgens het Scandinavische concern doordat het verkoopvolume van met name de merkproducten toenam. Vooral de producten met de merknamen Arla, Lurpak en Castello deden het goed. Met een omzet van € 5,1 miljard ligt Arla Foods op koers. De onderneming streeft er naar om over heel 2018 € 10 à € 10,5 miljard om te zetten.

Een andere doelstelling voor dit jaar is een nettomarge in de bandbreedte van 2,8 tot 3,2 procent. Wat dat betreft is de nettowinst van € 112 miljoen aan de magere kant. Een nettomarge van 2,2 procent is weliswaar beter dan vorig jaar, maar ligt nog buiten het beoogde bereik. Dat kwam volgens Arla omdat de operationele kosten in het eerste halfjaar toenamen en omdat de voorraden tegen hogere prijzen moesten worden gewaardeerd. Ook de kosten voor energie en transport namen toe. Toch denkt de concerndirectie dat de margedoelstelling dit jaar behaald kan worden.

Calcium

Daarvoor is wel noodzakelijk dat het programma Calcium onverminderd wordt voortgezet, meent Peder Tuborgh, ceo van Arla Foods. Calcium is de naam voor de operatie waarmee Arla Foods de efficiëntie binnen de onderneming wil verbeteren. Die moet binnen de komende jaren € 400 miljoen aan kostenbesparingen opleveren.

Coöperatieve spelers zetten het mes in de organisatie 2

Natalie Knight – Foto: Arla Foods

In de eerste helft van 2018 leverde Calcium volgens de onderneming al een eerste positieve bijdrage van € 9,5 miljoen. Voor het hele boekjaar zal dat bedrag naar verwachting oplopen naar minstens € 50 miljoen, terwijl Arla voor 2018 nog uitging van een totale besparing van hooguit € 30 miljoen. “Ik ben verheugd te kunnen zeggen dat Calcium begint te presteren”, zegt Tuborgh. “Elke week zien we gestage vooruitgang in het hele programma”, zegt Natalie Knight, de cfo van het concern. “Ons topmanagement, onze leiders en medewerkers werken hard aan elk initiatief dat ons in staat stelt om onze veehouders een concurrerende melkprijs te bieden, effectiever te concurreren in de markten en de strategische investeringen te ondersteunen die ons winstgevende groei geven op lange termijn.”

Van de € 400 miljoen die Calcium naar verwachting tegen 2021 zal opleveren, wil Arla Foods € 300 miljoen ten goede laten komen aan de melkprijs voor de leden van de coöperatie. Het restant is bestemd voor investeringen in nieuwe markten.

Onzekerheden voor de rest van 2018

FrieslandCampina spreekt geen concrete verwachting uit over het resultaat van de onderneming over het hele boekjaar. Wel vermoedt de onderneming dat de wereldwijde melkproductie de rest van dit jaar verder zal stijgen door de relatief hoge melkprijzen. De vraag naar zuivel op de wereldmarkt blijft waarschijnlijk hoog, dankzij een sterke economische groei in zuivel importerende landen. “Negatieve weersinvloeden, politieke ontwikkelingen in de Europese Unie en mogelijke problemen in de internationale wereldhandel, zoals het opwerpen van handelsbelemmeringen of hogere invoerrechten in belangrijke importlanden, kunnen de melkprijzen onder druk zetten. “

Ook Arla Foods signaleert deze onzekerheden in de markt. Toch denkt de onderneming dat zij in staat zal zijn om de beoogde doelstellingen voor dit jaar te realiseren, zoals een omzet van ruim 10 miljard euro en een nettomarge van omstreeks 3 procent.

Dit artikel is verschenen in ZuivelZicht 9 2018. Meer vaknieuws over de Nederlandse en Belgische zuivelindustrie? Klik HIER voor een abonnement op ZuivelZicht.