Europese verkiezingen: ‘Betaalbaar voedsel moet weer centraal staan’

‹ Terug naar overzicht

Europese verkiezingen: ‘Betaalbaar voedsel moet weer centraal staan’

Geplaatst op:

In juni zijn er verkiezingen voor het Europees Parlement. Wat staat hier op het spel voor de zuivelsector? De industrie wenst een realistische politieke koers met meer aandacht voor de belangen van voedselproductie.
(Uit: ZuivelZicht nr. 3, maart 2024)

 

Tekst: Bert Kleiboer

Agri en food staan meer dan ooit op de agenda, stelt Laurens van Delft, directeur ‘trade & economics’ bij de Europese zuivelorganisatie EDA. Hij verwijst naar de demonstraties van boeren in verschillende lidstaten. Deze lijken uitwerking te hebben op de politiek. In die context heeft Europese Commissie, onder leiding van voorzitter Ursula von der Leyen, het initiatief genomen voor een ‘strategische dialoog’ over de toekomst van de landbouw. De EDA volgt deze op de voet en probeert waar mogelijk input te leveren.

Van Delft hoopt op een accentverschuiving ten opzichte van het beleid van de afgelopen vijf jaar. “Iets meer realisme zou wat ons betreft niet slecht zijn”, formuleert hij voorzichtig. “Duurzaamheid is belangrijk. Dat blijft zo, wat ons betreft. Maar we hopen ook op meer aandacht voor voedselzekerheid; hoe kunnen we ervoor zorgen dat we onze productie op peil kunnen houden tegen betaalbare prijzen? Anders dan de Commissie zijn wij minder optimistisch over de kansen om de productieniveaus op peil te houden bij het huidige beleid.”

Lasten

Waar het aan ontbreekt, zegt Van Delft, is een integrale analyse van de lasten die de stapeling van beleidsmaatregelen met zich meebrengt voor de sector. “Elke keer als de Commissie een voorstel indient, levert dat een bepaalde impact op die op zich relatief klein is. Maar waar het om gaat is: wat betekenen al die maatregelen samen, wat is de cumulatieve impact?” In hoeverre kunnen de verkiezingen voor het Europees Parlement invloed hebben? “Alle voorstellen van de Europese Commissie die ingediend gaan worden in de komende vijf jaar, moeten langs het Europees Parlement. Die invloed kan best groot zijn. Dat zag je de laatste maanden, waarin een aantal voorstellen toch wel is afgezwakt. Of ze haalden het helemaal niet, zoals de Europese wet Verantwoord ondernemen (‘Corporate Sustainability Due Diligence Directive’).”

Schoolmelk

Als organisatie van de industrie richt de EDA haar lobbywerk op de thema’s interne markt, bevordering van zuivelconsumptie en het handelsbeleid. Welke onderwerpen zijn daarin actueel, met de verkiezingen in aantocht? Van Delft noemt als eerste het beschermen van zuiveltermen. “Dat komt bij elke herziening van het landbouwbeleid weer op tafel. Wij vinden dat alternatieven niet onder zuivelnamen verkocht mogen worden. Voor ons blijft het één van de speerpunten.” Ook schoolmelk is weer actueel. Het parlement heeft afgelopen voorjaar een voorstel aangenomen om de regelingen voor schoolmelk en -fruit efficiënter te maken. De uitwerking van de Europese Commissie wordt binnenkort verwacht. “Wij willen graag minder bureaucratie bij het uitrollen van een schoolmelkprogramma”, zegt Van Delft. En wellicht ten overvloede: waar een aantal NGO’s graag de regeling wil openstellen voor plantaardige dranken, wil de EDA schoolmelk exclusief voor zuivel houden.

Handelsakkoorden

Een ander politiek gevoelig onderwerp is de handelsagenda. “Als Europese zuivelindustrie zijn wij voorstander van een ambitieuze handelsagenda. Recent is Chili gesloten, dat biedt mogelijkheden voor afschaffen van de tarieven op onder andere kaas. We verwachten ook veel van nog te sluiten handelsakkoorden in Zuidoost-Azië.” Niet iedereen is enthousiast over dergelijke akkoorden. Zo is in de Nederlandse Tweede Kamer een motie ingediend om het verdrag met de zogeheten Mercosur-landen te dwarsbomen. (Zie kader NZO).

De indieners zijn bang dat Europese boeren worden blootgesteld aan concurrentie van boeren die in de betreffende landen onder lagere productiestandaarden kunnen produceren. Van Delft: “Het is niet zo dat producten op de markt komen die niet aan Europese kwaliteitsstandaarden voldoen. Er zijn wel verschillen in productiemethodes. Ik snap wel dat dat oneerlijk voelt, met name bij producten als vlees en kip. Maar de zuivelindustrie heeft per saldo baat bij die handelsakkoorden. Wat ons betreft blijft de EU inzetten op een ambitieuze handelsagenda met derde landen.”

NZO: zorgen om draagvlak vrijhandelsverdrag

De NZO maakt zich zorgen over het geringe draagvlak voor het EU-Mercosur handelsverdrag. De Europese Commissie en de Mercosur-landen (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) zijn nog altijd in onderhandeling over de uitwerking. In de Tweede Kamer is een meerderheid voor een motie die het kabinet oproept om zich in Brussel te verzetten tegen het verdrag in zijn huidige vorm. Deze motie van Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren is mede ingediend door leden van NSC, BBB en PVV. Ook in 2020 en 2023 heeft de Kamer zich uitgesproken tegen het verdrag.

In een onlangs verschenen rapport benadrukt de Europese Commissie de voordelen van internationale handelsovereenkomsten. Het gaat om een studie over de effecten van het Mercosur-verdrag en negen andere overeenkomsten waarover momenteel wordt onderhandeld of die zijn gesloten maar nog niet in werking zijn. De exportwaarde van landbouw- en voedingsmiddelen zou in 2032 naar schatting tussen € 3,1 miljard en € 4,4 miljard hoger komen te liggen dan zonder deze handelsovereenkomsten. Voor zuivel is het geschatte effect plus € 780 miljoen. Ook de invoerwaarde zal groeien, naar verwachting € 3,1 miljard à €4,1 miljard. Per saldo neemt de totale handelsbalans van de EU dus licht toe.

Laurens van Delft: “De stapeling van beleidsmaatregelen brengt te veel lasten met zich mee voor de sector.”