Foto: Bert Westenbrink[/caption]"/>

Zoektocht van Boer Bart gaat met vallen en opstaan

‹ Terug naar overzicht
Door: Redactie

Biologische melkveehouder Bartele Holtrop, beter bekend als Boer Bart, maakt in sneltreinvaart naam met zijn eigenzinnige manier van boeren. Hij stelt alles ter discussie op zoek naar een duurzame bedrijfsvoering “die 1.000 jaar kan bestaan”. Zijn zoektocht gaat met vallen en opstaan op zijn zwaar gefinancierde bedrijf.

 

Tekst: Bert Westenbrink

 

Boer Bart

Foto: Bert Westenbrink

“Ik kan me wel voor mijn kop slaan”, schrijft Bartele Holtrop op zijn website. De melkveehouder beëindigt de proef om de kalveren bij hun moeders te laten. De kalveren zijn, schrijft Holtrop, goed in conditie, hebben mooie hoorns en zijn erg snel. Maar wat hij niet had voorzien is dat de jonge dieren niet gewend zijn aan mensen en dus onhandelbaar. “Ze gaan dwars door sloten, rietvelden en bossen en het is onmogelijk gebleken om ze te drijven of te roepen. Zelfs met behulp van voldoende mankracht, een quad en een kippennet lukt het ons niet.”

Experiment mislukt. Einde oefening. De melkveehouder is stellig in zijn besluit, ook als hem in een gesprek aan de keukentafel wordt voorgehouden dat andere melkveehouders die al langer de kalveren bij de koeien houden, de problemen met onhandelbare kalveren niet hebben. Holtrop twijfelt niet. Op zijn bedrijf werkt het niet. “We doen het al drie jaar. Het geeft gewoon veel problemen. Niet alleen met de kalveren, ook met de koeien die erbij lopen. Zij krijgen ook op hun donder.”

De melkveehouder uit Rotstergaast is een boer met een bijzondere ambitie, hij wil boeren op een manier waarmee zijn bedrijf “1.000 jaar kan bestaan”. Het is een aansprekende variant op het wat vage begrip ‘duurzaam’. Het bedrijf dat Holtrop voor ogen heeft, levert voedsel van hoge kwaliteit, heeft economisch perspectief en werkt milieuzuiverend met een extreem lage CO2-footprint.

Die manier van boeren brengt Holtrop onder de merknaam ‘Boer Bart’ met succes onder de mensen. Vorig jaar, drie jaar nadat hij goed en wel begonnen was, stond hij al op de lijst van genomineerden voor de verkiezing van de Agrarisch Ondernemer van het jaar.

Ideeënstrijd

Bartele Holtrop begon het melkveebedrijf in 2014 met zijn vrouw Rianne. Niet op het bedrijf van zijn ouders, met wie hij jarenlang in maatschap boerde. Overname was eigenlijk geen optie, zijn bijzondere opvattingen over het boeren botsten met de visie van zijn vader. Die ideeënstrijd was geen vruchtbare bodem voor een wisseling van de wacht op het traditionele bedrijf in Delfstrahuizen. “Ik was vergeten dat mijn vader al 25 jaar aan zíjn droom werkt.”

Bartele en Rianne stapten naar de bank, leenden een fors bedrag en begonnen voor zichzelf in Rotstergaast, niet ver van het ouderlijk bedrijf. “Terug naar de manier van boeren zoals opa het deed.” Wat in feite betekent: honderd jaar terug in de tijd met de kennis van nu.

Boer Bart

Mobiele melkstal. Foto: Bert Westenbrink

Het bedrijf is biologisch (vanaf 1 januari biologisch-dynamisch) met 44 ha grasland op zanderige grond. De 95 Jersey’s lopen van maart tot november buiten en kalven in het voorjaar af. Ze worden gemolken in een mobiele melkstal, een blikvanger die na aanschaf de nodige problemen gaf omdat het spoelwater niet heet genoeg was. “Dat hebben we nu opgelost door de waterleidingen langs de motor te leggen, daardoor wordt het water verhit tot 80°”, vertelt Holtrop.

Kippen achter de koeien aan

De Jersey’s begrazen intensief een beperkt deel, dat daarna de tijd krijgt om tot rust te komen. Dan scharrelen de kippen erin rond die Holtrop achter de koeien aan stuurt. Als nachtverblijf staat er een kipcaravan, waarin de 250 kippen slapen en eieren leggen. De idee was dat de kippen het herstel van het gras na de intensieve beweiding zouden versnellen, maar in de praktijk blijkt dat niet zo uit te pakken. De voorziene verspreiding van de mest door de kippen op zoek naar eitjes en larven, komt niet goed uit de verf. “De kippen hebben niet de toevoeging op de kringloop die we voor ogen hadden.”

Het kippenexperiment is een voorbeeld van de wijze waarop Holtrop het bedrijf naar zijn hand probeert te zetten. Hij stelt alles ter discussie. “We zijn constant op zoek naar patronen waarin planten en dieren elkaar versterken. We moeten de kringloop zo sterk maken dat de bodem onuitputtelijk wordt. Je moet de natuur uitdagen.”

Het plan om de kalfjes bij de koe te laten past in het motto om de natuur maximaal in te zetten om een hoge kwaliteit voedsel te creëren, schrijft Holtrop op zijn website. De Jersey’s leveren ‘rijke melk’, maar blijven in productie achter.

De dieren kwamen bij de start in 2014 van elf verschillende bedrijven, gefokt voor hoge productie op een rantsoen met veel krachtvoer. Bij Holtrop is krachtvoer taboe, ze krijgen alleen gras met klavers en kruiden te vreten. Een dieet waar de koeien aan moeten wennen. Met zijn fokbeleid selecteert de melkveehouder op koeien die het best presteren op een grasrantsoen en lang mee kunnen; hij wil naar een duurzame veestapel met koeien die vijftien jaar meegaan.

Naast ontwikkeling van de veestapel zoekt Holtrop naar mogelijkheden om de voedingswaarde van het gras te verbeteren. Hij wisselt ideeën uit met twee bevriende melkveehouders (zie kader), maar haalt ook veel informatie uit Nieuw-Zeeland en Ierland. In die landen met hun pasture-based bedrijfsvoering hebben melkveehouders veel kennis over beweidingsystemen. De melkveehouder uit Rotstergaast tapt kennis af door naar video’s op YouTube te kijken.

Daar kun je veel van opsteken, zegt hij. Maar hij neemt niet alles aan. “Ze ploegen daar toch wel veel van hun grond om. Dat is een beetje dom.” Hij maakt de vergelijking met een tsunami, de vloedgolf die een spoor van vernieling trekt als deze aan land komt. Scheuren van grasland is als een tsunami, zegt de melkveehouder. Het bodemleven wordt verwoest, het duurt jaren voordat dat weer hersteld is.

Superfood

De Jersey’s leveren romige melk van goede kwaliteit, het is een soort superfood, zegt Holtrop. “Melk met goede omega 3 tot 6 verhouding.” Sinds vorig jaar juni wordt ze verwerkt door kaasmaker Bastiaansen Bio uit Rouveen tot De Tjonger, een roodbacteriekaas. De biologische melkveehouder is blij met de samenwerking met de producent van speciaalkazen. “Onze melk past precies bij zo’n coöperatie. We voelen er ons bij thuis, ze kijken naar de lange termijn. Rouveen is ook een bedrijf dat over 1.000 jaar nog wil bestaan.”

De samenwerking met Bastiaansen levert een plus op de melkprijs op, maar de melkveehouder wil niet kwijt hoeveel. Wel vertelt hij dat meer dan de helft van de melkprijs die hij ontvangt naar de bank gaat, voor aflossing en rente. “Het is absurd veel”, zegt de melkveehouder. Door de zware financiering is het bedrijf kwetsbaar en blijft er onder de streep weinig over om van te leven. “We kunnen prima zonder, hoor. Maar het maakt mij niet gelukkig.” Vandaar dat de melkveehouder zoekt naar mogelijkheden om een nieuwe tak toe te voegen aan zijn melkveebedrijf, zoals een kinderboerderij.

Toch, als de vraag wordt gesteld of hij nog op koers zit, is het antwoord: in de diepste kern wel. “In het hart van het bedrijf gaat het steeds beter. Ik durf te beweren dat ons gras beter groeit dan dat van de bedrijven hier in de omgeving, gangbaar en biologisch.”

 

Lesgeven

Bartele Holtrop werkt samen met twee bevriende jonge melkveehouders, Sytse Gerritsma in Elahuizen en Jaring Brunia in Flansum. Zij streven op hun biologische(-dynamische) bedrijven naar het perfecte lagekostensysteem met een hoge productie. Ze sparren, wisselen ideeën uit en maken zo stappen. Hun kennis en ervaringen gaan ze, zo is de bedoeling, delen met studenten van CAH in Dronten, vertelt Holtrop. “We zijn in gesprek om daar lessen te geven. Ons doel om de studenten te prikkelen zodat ze goed nadenken over hun bedrijf. We willen ze laten zien dat wij ook op een realistische manier boeren.”

Dit artikel is verschenen in ZuivelZicht 10 2018. Meer vaknieuws over de Nederlandse en Belgische zuivelindustrie? Klik HIER voor een abonnement op ZuivelZicht.